In de huidige opslag systemen lijkt het allemaal pais en vree. Maar niets is minder waar....
Eén A4-tje is, per definitie, 1/16-de van een vierkante meter. A0 is
namelijk precies één vierkante meter, A1 is de helft, A2 is daar weer
de helft van enz. Papier dat bij ons uit de printer rolt is '80 grams'
papier, wat inhoud dat het 80 gram per vierkante meter weegt. Een
simpel rekensommetje leert ons dat één A4-tje 5 gram weegt: 80 gram
gedeeld door 16.
Als je 'n A4-tje vol typt met tekens (ook wel karakters genoemd) dan
heb je er ongeveer 5000. Elk karakter is gelijk aan één Byte data. Je
zou dus een relatie kunnen leggen tussen het aantal karakters en het
gewicht, immers op 5 gram (A4) kan je 5000 karakters, is 5000 Byte,
kwijt. Als je dat vereenvoudigd 'wegen' 1000 Bytes 1 gram. En, zoals
jullie weten, zijn 1000 Bytes (ongeveer) 1 KByte. En als 1 KByte 1 gram
weegt kan je eens leuke vergelijkingen maken.
In de GSM telefoon die de meeste van ons hebben, de Nokia 6021, zit 2
MB aan geheugen. Als we de data die daarin staat zouden willen
uitprinten, lopen we met een stapeltje papier van 2 kg te zeulen. Een
PDA met 128 MB, is dus een aardige kofferbak vol met papier: 128
Kilogram. De harde schijf in mijn ThinkPad telt 60 GB dus 60 ton aan
A4. Laatst zag ik een advertentie van een externe schijf van 500
TByte: 50.000 ton. Een zeecontainer kan 10.000 kg herbergen, je hebt
er dus 50.000 van nodig!
Maar dat is nog niet alles wat er gebeurd in dataopslag. In een harde
schijf zweven kopjes boven de 'platters' om de magnetische data lezen
of schrijven. Die kopjes moeten zo onwaarschijnlijk dicht bij de
platters zijn, om de data eenduidig te lezen of te schrijven. Als je
het kopje (overigens een uitvinding van IBM) zou vergroten tot een
Boeing 747, en alle andere grootheden met dezelfde factor, dan vliegt
deze Boeing 747 met 20 keer de geluidssnelheid slechts 7 mm boven het
aardoppervlak!
De nieuwste harde schijven in de servers en storage producten draaien
met 15000 rpm (toeren per minuut) en zijn 2,5 inch in diameter. De
volgende berekening laat zien wat een oerkrachten er in dat kleine
schijfje plaatsvinden:
De omtrek van een 2,5 inch disk is pi * diameter. 2,5 inch is 6,35 cm.
Dus de omtrek is 6,35 cm * pi = 19,95 cm, en dat is 0,1995 meter.
Als een schijfje 15.000 omwentelingen per minuut draait, zijn dat 250 omwentelingen per seconde.
Elke seconde wordt er dus 250 keer de omtrek afgelegd: in het totaal
250 * 0,1995 m = 49,87 meter. De snelheid is dan 49,87 m/s. Dat is 180
km/uur!
De lucht in de schijf wordt een gigantische wervelwind. Probeer maar
eens je hand uit een autoraampje te steken als de auto 180 rijdt. (In
Duitsland, natuurlijk).
De versnelling van de platter op de buitenste rand is onvoorstelbaar
groot. Om de versnelling uit te rekenen is de volgende formule
voorhanden:
De snelheid in het kwadraat gedeeld door de straal:
49,97 * 49,97 meter/seconde gedeeld door 0.03175 = 78.340 m/s2
(de 0,03175 meter is tot stand gekomen om de diameter 2,5 inch door de
helft te delen = 1,25 inch is gelijk aan 3,175 cm = 0,03175 meter)
Zoals jullie weten, voelen alle mensen op aarde de zwaartekracht,
zijnde 9,81 m/s2 en dat staat gelijk aan één 'g'. In een achtbaan mag
maximaal 7g (dus 7 keer de zwaartekracht) op een lichaam uitgeoefend
worden. 14g overleven mensen niet meer.
Op de rand van ons schijfje is de versnelling 8000 g! Oeps! Zou een
stofje één gram wegen, dan ondervindt hij de kracht van 8 kg en zou
meteen naar de buitenkant vliegen. Zou een mens van 80 kg op de platter
hij/zij 640 ton! Een platter maken waarbij het magnetische materiaal
bij deze kracht blijft zitten is geen sinecure.
Ik zeg dan ook altijd dat we elke dag op onze blote knietjes de
technologie moeten danken, en nooitkwaad worden als het niet werkt!
Opslaan!
- maandag 22 oktober 2007 16:39
- Frank van der Wal
