dinsdag 07 februari

Wees specifiek

Is specialisatie op gebied van infrastructuur nou slim of niet? Ja hoor! Snel. Tjemmig wat snel! Ik praat niet over de hoeveelheid water dat een zwembad in Enschede in één nacht kwijtraakt, maar over onze supercomputer. De BlueGene/L. Andermaal voert deze gigant de lijst van snelste computers aan. Dat doet hij overigens al sinds 2004, en dat is in de IT-wereld toch al weer een tijdje. Hij klokt 478 teraflops. Dat betekent dat hij 478.000.000.000.000 berekeningen per seconde kan maken. Ter vergelijk een systeem met een 3.6 GHz Pentium processor kan maximaal 7,2 gigaflop halen: een factor 66390 keer trager. Maar die vergelijking is niet helemaal eerlijk. Immers, in de BlueGene/L zitten maar liefst 106496 processoren. Kleine, geoptimaliseerde processoren die slechts op 700 Mhz draaien. Deze processoren zitten ook in auto’s waar ze bijvoorbeeld het remsysteem besturen. Behalve dat BleuGene/L de snelste computer is, is hij ook nog de zuinigste. Door hem nauwkeurig af te regelen is zijn opgenomen vermogen per berekening het laagste van alle supercomputers.
De BlueGene/L is een toonbeeld van wat er normaliter NIET gebeurd in de IT: Specialisatie. Hij is gemaakt voor één specifieke taak. De processoren, maar ook alle componenten er omheen, zijn ontworpen om zo snel mogelijk te rekenen.
Dat brengt ons tot een interessante vraag. Moet men binnen de ICT standaardiseren of juist specialiseren?
Aan de ene kant kan je zeggen dat het slim is om zoveel mogelijk te standaardiseren. Het is natuurlijk handig om een beperkt aantal type servers in huis te hebben om zo de installaties, updates, beheer etc. makkelijk en efficient uit te voeren.
Maar aan de andere kant zijn de processoren in de systemen verworden tot rekenwonders die heel veel dingen moeten kunnen. En zoals bij alle generalisten gaat dat ten koste van details. Het is onmogelijk om een processor te maken die alle soorten  rekenwerk even goed kan. Verschillende applicaties hebben nu eenmaal verschillende eigenschappen. Zo is een Java applicaties anders dan good-old Cobol wat op zijn beurt weer totaal anders is dan wetenschappelijke applicaties in C++ geprogrammeerd.
Om deze tegenstelling het hoofd te kunnen bieden heeft IBM het BladeCenter ontworpen. Als ik een grove schatting mag maken, wordt de BladeCenter voor 90% gebruikt voor consolidatie en virtualisatie. Prima, niets mis mee. Maar bedenk dat het concept van de Blades verder gaat dan een consolidatie-server. Hij is ontworpen om verschillende workloads op verschillende processoren te laten landen, terwijl het tóch gezien kan worden als één entiteit in de infrastructuur wat installatie, onderhoud en beheer ten gunste komt. Er kunnen immers een keur van processoren in het Bladecenter: Intel, AMD, POWER6, POWERPC960 en de Cell. Niemand, helemaal niemand kan ons dat nadoen. Evenmin als de snelste computer bouwen.
You are here Home
Share/Save/Bookmark