De truck met het maken van chips is dat er langzamerhand een einde
lijkt te komen aan het verder kunnen verkleinen van de transistoren. De
“grootte” van een transistor ligt nu in de orde van 10 Ångström. En
da’s niet heel groot.
Eén Ångström is 0,0000000001 meter. Dus, tijdens
een regenachtige dag, pakt men een menselijke hoofdhaar en snijdt hem
in 1000 plakjes. Over de lengte, natuurlijk. Dan heb je ongeveer (want
je snijdt natuurlijk niet zo nauwkeurig) de dikte van de transistor. De
grootste uitdaging van de ontwerpers van chips is dan ook om de
lekkages van de transistoren tegen te gaan omdat het materiaal zo dun
wordt. Allerlei noodgrepen worden toegepast om de lekkages tegen te
gaan, want daar waar gelekt wordt, wordt energie verspilt. Om je een
idee te geven, als er geen extra maatregelen worden genomen dan
verbruikt een transistor 70% van zijn energie bij het nietsdoen!
(Allerlei flauwe opmerking jegens management schieten door mijn hoofd
:-) )
De verliezen spelen zich niet alleen af ín de
transistor, maar ook in de ontelbare verbindingen tussen de vele
miljoenen transistoren op een chip. De spoorbreedte van de verbindingen
wil je zo klein mogelijk hebben omdat oppervlakte schaars is. Maar té
dicht geeft overspraak en er treden ‘parasitaire’ verliezen op. Al
sinds lange tijd weet men dat als je twee verbindingen naast elkaar
legt in een vacuüm de overspraak ver terug te dringen is. Maar ja: hoe
een vacuüm te creëren tijdens een chipproces. Da’s lastig.
Maar IBM
heeft nu een oplossing bedacht, én al geactiveerd, waarbij dat mogelijk
is. Kijkend naar hoe in de natuur het gelijkmatige patroon van
sneeuwvlokken of schelpen tot stand komt, heeft IBM een methodiek
ontwikkeld om in een polymeer miljarden kleine gaatjes te maken die zo
een isolerende werking heeft over de vele kilometers aan verbindingen
die op de chip voorkomen. Er zijn twee zaken die hierin opvallen.
Als
eerste ontstaan de gaatjes in een zeer strak homogeen kristalpatroon,
zoals ook schelpen en het ivoor op je tanden ontstaan. Maar er zit geen
lucht in. Ze zijn vacuum. Gewoon omdat er tijdens het ontstaan van de
gaatjes geen lucht aanwezig is. Hierdoor is overspraak en allerlei
parasitaire verliezen beduidend kleiner geworden. Om een idee te geven
35% minder stroom oftewel, we kunnen 35% snellere processoren maken.
Het
tweede opvallende is dat het polymeer (lees kunststof) zélf groeit. Nu
klinkt dat aan de ene kant wel heel erg science-fiction, aan de andere
kant is dat niet nieuws. Maar wat wél nieuw is, is dat het zich niet
meer in de laboratorium fase bevindt. We doen het. As we speak. In
IBM’s high-tech chip fabriek (East Fiskill) is deze methodiek al
geïmplementeerd. Dat komt omdat er in wezen niets aan het
productieproces veranderd hoeft te worden. Het ‘traditionele’ etsen en
opdampen waardoor de isolatie om de minuscule verbindingen worden
gelegd wordt een-op-een vervangen door het aanbrengen van deze
zelfgroeiende laag kunststof.
Buitengewoon uniek is te noemen dat
een performance winst van 35% gehaald kan worden zonder in de productie
stappen drastische wijzigingen toe te passen. De eerste commerciële
chips die van dit procédé gebruik gaan maken zullen dan ook reeds in
2009 van de band rollen.
Let's nature takes its course.
Natuurgetrouw
- vrijdag 01 juni 2007 19:06
- thewall
